Wereldkampioen emanciperen

Afbeelding

Nergens ter wereld hebben vrouwen het beter dan in Nederland. Zo bleek vorige week uit een onderzoek naar gendergelijkheid van de Verenigde Naties. Nederland houdt wereldwijd de eerste plaats als het gaat om gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Bij het onderzoek werd onder andere rekening gehouden met politieke rechten van vrouwen, moedersterfte, opleiding, het aantal vrouwen in het parlement en participatie op de arbeidsmarkt.

Een gouden medaille emancipatie dus. Het is een bemoedigend resultaat, maar dat betekent niet dat we onze feministische tuinbroek aan de wilgen kunnen hangen. Bij de uitkomst van het rapport moeten dan ook eerst een paar kanttekeningen geplaatst worden.

Als je naar de meegewogen elementen kijkt is het duidelijk waarom Nederland zo hoog eindigde. Wat betreft mensenrechten hebben we hier natuurlijk weinig te klagen, moedersterfte is geen nationaal probleem en meisjes studeren tegenwoordig vaker en sneller af dan jongens. Maar dat steeds meer Nederlandse vrouwen hoogopgeleid zijn vertaalt zich nog niet in dezelfde mate naar de arbeidsmarkt. Veel vrouwen werken, dat klopt, maar bij het onderzoek van de VN is geen onderscheid gemaakt tussen voltijd en deeltijd werk. Was dat wel gedaan, dan is het goed mogelijk dat ‘Nederland deeltijdland’ een lagere index had gekregen.

Minister voor Emancipatie Jet Bussemaker was er dan ook snel bij om de nodige nuances aan te brengen: ‘We moeten blijven knokken zodat gelijke rechten en een gelijke behandeling worden omgezet in de praktijk en vrouwelijk talent ook echt de ruimte krijgt.’ Bussemaker zet zich al een tijd in voor toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen met het oog op economische zelfstandigheid. En terecht, want als je de feiten op een rij zet ziet het er alles behalve goudkleurig uit.

Anno 2013 is nog maar 52% van de Nederlandse vrouwen economisch zelfstandig. Ter vergelijking: bij de mannen is dat 70%. Dit cijfer is verbazingwekkend wanneer je weet dat de voorwaarden om aan deze status te voldoen helemaal niet zo hoog gegrepen zijn. Iemand wordt economisch zelfstandig genoemd wanneer zij/hij minimaal 70% van het minimumloon verdient. Dat is netto zo’n 900 euro per maand.

Van de 48% niet economisch zelfstandige vrouwen is bovendien bijna driekwart afhankelijk van het inkomen van hun partner (tegenover 20% van niet-economisch zelfstandige mannen). Een situatie die bijna vraagt om moeilijkheden; het is algemeen bekend dat één op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Alvast je scheiding plannen terwijl je nog gelukkig getrouwd bent is natuurlijk niet erg romantisch, maar getrouwd blijven omdat je geen geld hebt om te scheiden ook niet. En dat is niet het enige dat kan gebeuren, of het ergste. De partner kan zijn (of haar) baan verliezen, arbeidsongeschikt raken of plotseling overlijden.

Vooral vrouwen die laag- of niet opgeleid zijn vormen een kwetsbare groep. Zij belanden vaker in de bijstand en hebben meer moeite om er weer uit te komen. Maar ook hoogopgeleide vrouwen kiezen er vaak voor om deeltijd te gaan werken. De illusie van zelfstandigheid bestaat omdat ze wel een eigen inkomen hebben, maar dat inkomen is vaak niet voldoende om van rond te komen als ze er plotseling alleen voor komen te staan. Iets wat goed mogelijk is, zie bovenstaande scenario’s.

Dit lijkt misschien een beetje spijkers op laag water zoeken, zeker wanneer je een vergelijking trekt met de positie van vrouwen in landen als Yemen en Somalië. Maar voor elke tak van sport geldt: je bent maar zo sterk als je zwakste spelers. En die kunnen hier ook nog wel wat hulp gebruiken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s